Michel Verschueren: "Ik heb geen Grote Plannen meer in mijn leven Ik wil genieten"

Een tumor in de darm. Maar geen kwalijke en hij was niet uitgezaaid. En dus brandt Michel Verschueren (86) weer vooruit. Revalideert in een huizenhoog tempo. Uit levenslust, zonder doodsangst.


“Ze zaten hier ­allemaal tegen elkaar op te kijken met hun angst. Ik begreep het niet. Ik was niet bang. Ik had de beste dokter en die had me uitgelegd wat hij zou doen. Dan moet je geen schrik hebben, hé kameraad.” Zegt Mister Michel in HNB.


“Er zijn geen uitzaaiingen. Daar ben ik zeer tevreden over. Ik moet het wel rustig aan doen. Ik zal maar luisteren. Ik ben tenslotte geen dommerik. Ik ben geen 86 geworden om nu als een dom jong veulen de afgrond in te gaan. Ook al is dat misschien tegen mijn natuur. Ik heb nog altijd diezelfde passie voor mijn werk als helemaal aan het begin van mijn loopbaan. Noem het gerust bezetenheid. Ik heb gekozen voor een beroep dat me zeer goed lag. Dat is de sleutel van mijn geluk.”



“Ik was de kleinste en onbeduidendste jongen op de speelkoer van het schooltje in Boortmeerbeek waar ik geboren ben. Ik was niets. Maar ik kon daar niet tegen. Toen al heb ik gezworen: Ik ga me niet laten doen. Tot de dag van vandaag ben ik daar trouw aan gebleven. Mijn grootvader was een slager. Hij noemde zich Boer Vos. Ik heb van zijn streken. Mijn vader was een bankbediende en is tijdens de oorlog in het leger gegaan. Hij kwam terug met zware astma, waarschijnlijk opgedaan van een of ander gas. De twee zussen van mijn moeder waren allebei goed getrouwd. Met chique typen. Wij waren de minsten van de familie. Ik zag dat en ik voelde dat. En dat maakte me opstandig. Dat gevoel van minderwaardigheid, dat is niets voor een Verschueren. Ze gaan mij dat niet lappen in mijn leven later, zei ik tegen mezelf. Ik heb woord gehouden. Het was een iets dat  me nooit meer heeft losgelaten. Het zal wel iets genetisch zijn, die koppigheid. Dat blijven vasthouden aan die afspraak die ik toen met mezelf gemaakt heb. Daar, in die omstandigheden, zit de oervlam van het vuur in Michel Verschueren.”



“Acht jaar geleden, toen ik een niercrisis had gekregen en zo goed als dood was toen mijn vrouw mij vond, heb ik net datzelfde zinnetje gezegd. Dat gaan ze mij niet lappen. Ik werd wakker uit mijn coma na ­zeven dagen en wilde direct naar de match. Dat ging natuurlijk niet. Maar echt, ik zou door de muur zijn ­gesprongen. Zoveel drift had ik. Die bezetenheid heeft er altijd in gezeten. Nu weer. Ik ben op 20 maart geopereerd. Het was een zware operatie, dat wist ik. Maar ook toen heb ik gezegd: Godverdoeme, ik ga me toch niet laten pakken. Ergens in een hoekje als een geslagen hond gaan liggen, dat kan ik niet. Ik zou niet weten hoe ik dat zou moeten doen.”



“Ik wil snel terugkomen. Niet om nog een rol van betekenis te spelen. Zo ­naïef ben ik niet. Ik ben slim genoeg om te beseffen dat mijn tijd voorbij is. Ik moet me nu tevredenstellen met het ­opvolgen van een aantal dingen en hier en daar antwoorden als men mij iets vraagt. Ik moet het schip niet meer ­sturen. Die tijd is voorbij. Ik hoop dat ik nog een paar jaar gezond kan blijven. In mijn hoofd vooral. En dat ik alles zal kunnen blijven volgen met mijn volle aandacht en overal mijn zegje over kan hebben. Zien dat de familie goed blijft groeien. Mijn zoon heeft twee mooie dochters, mijn dochter heeft een zoon en een dochter. Alles draait zeer goed en ik hoop dat dat zo zal blijven. Ook dat is een deel van mijn geluk. Het is heus niet alleen maar ­werken, werken, werken.”


“Ik heb geen Grote Plannen meer in mijn leven. Ik wil genieten, voor de volle tweehonderd procent. Maar wel genieten op een speciale manier. Niet door de naar de Côte d’Azur te trekken en daar wat te gaan liggen, en eventueel een beetje te zwemmen. Ik wil alles van dichtbij blijven volgen. Dat zit er nu eenmaal in en het zal er nooit meer ­uitgaan. Daarom zit ik ook op Twitter. Ik denk iets en moet dat de wereld laten weten. Het amuseert mij. Het is een spielerei. Ik heb nergens spijt van, maar alles kan altijd beter. Ik ben soms misschien iets te impulsief geweest en heb dingen te rap gezegd, zonder dat ik er verder over nadacht of de draagwijdte heel goed had ingeschat. Dat stakers luieriken zijn, of homo’s tegennatuurlijk. Toen paste het perfect in de situatie zoals ik ze aanvoelde. Maar achteraf gezien had ik misschien beter mijn mond gehouden. Ik heb geen moeite om dat toe te geven. Het is mijn karakter, maar dat impulsieve probeer ik nu toch zo veel mogelijk te controleren.”



“Ik heb zo hard gewerkt heel mijn leven dat ik mijn kinderen nauwelijks heb zien opgroeien. Als ik daar een opmerking over krijg, dan aanvaard ik die. Maar ik heb mijn gezin allerminst verwaarloosd, hé. Mijn vrouw is twintig jaar met de kinderen op vakantie geweest in Zuid-Frankrijk. Ik heb twintig jaar tegen haar gelogen. Ik zei elke keer weer dat ik de volgende week zou afkomen. Ik ben nooit geweest. Ik heb er nooit nood aan gehad om de boel de boel te laten. Ik was professioneel gebonden, ik had een verantwoordelijkheid, een grote. Ik kon dat toch niet zo maar laten? Dat waren serieuze uitdagingen, hè. Ik was daar nodig.”



“Ik ben bezeten geweest. Ik erken dat. En dan vragen ze me of ik daar geen spijt van heb. Neen. Ik heb alles gedaan wat ik dacht dat ik moest doen. Pas op, als ik thuis moest zijn, was ik er ook. Die bezetenheid heeft nooit in de weg gezeten van een evenwichtig leven. Wat is dat tenslotte, een evenwichtig leven? Gelukkig zijn? Als je in je werk je geluk vindt, dan ben je toch gelukkig. Akkoord? Ah bon. Dat dacht ik ook. Ik moet wel mijn vrouw bedanken. Er zijn er weinig die dat zouden pikken, dat besef ik goed. Ik zit nu in een andere fase, ik ben een beetje filosoof geworden. Ik heb de tijd nog om na te denken hoe alles gelopen is, mijn loopbaan, mijn leven. Ik voel me een tevreden man, maar ik verdien geen tien op tien. Ik heb bepaalde zaken verwaarloosd, maar uiteindelijk is het goed afgelopen.”



“Ouder worden maakt niet milder. Bij mij toch niet. Als ik iets zie dat scheef zit, móet ik zeggen dat het niet goed is. Dat zit zo in mijn lijf. De relativering komt niet met de jaren. Geloof dat niet als ze je dat proberen wijs te maken. Je hebt mensen die op zestig versleten zijn. Als je mij nu ziet, met wat ik heb meegemaakt, denk ik dat ik nog altijd als een gezonde, kwieke man kan spreken. Als ik dat zo kan blijven houden een paar jaar, zal ik zeer tevreden zijn. Maar dat zijn dingen waar je zelf niet over beslist.”



“Ik wil op mijn manier genieten. Niet door op wereldreis te gaan. Ik wil hier zijn, waar het gebeurt. In mijn landje. Ja, ook politiek. Ik ben een liberaal, dat is geweten. En ik zal blijven vechten tegen mensen die ons land willen splitsen. Ik heb niet de pretentie dat ik daar iets aan kan doen, maar ik zal me toch laten horen als het nodig is en mee op straat komen als het moet. Respect is de rode draad. Met alles in het leven. Het doet me veel genoegen dat iedereen me blijft respecteren. Altijd. Als ik nu zie hoeveel berichten ik krijg na mijn operatie van al die mensen ... Dat doet me plezier. Ik heb honderden, duizenden transfers gedaan en ik heb geen vijanden daaraan overgehouden. Omdat ik altijd respect had en afdwong. Keihard was ik, met iedereen. Maar eerlijk. Ik kan iedereen recht in de ogen kijken. Ook mezelf, ’s morgens in de spiegel.”



“Ik ben niet bezig met mijn sterfelijkheid. Als je daarmee begint, ga je rap dood. En dat wil ik niet. Ik wil leven. Nog lang. Het zal ooit komen. Op een dag. Dat is de enige zekerheid die elke mens heeft vanaf het moment dat hij geboren wordt. En wat na die dood komt, wil ik al helemaal niet weten. Ik geloof niet. Als je ziet hoeveel miljarden mensen al gestorven zijn … Je bent maar een klein nummertje in die eindeloze rij. Als die geesten allemaal nog moeten rondwaren en blijven leven dan is de plaats nu toch al wel heel klein geworden. Dat is zever. Ik geloof dat niet. Ik ben nog bezig met mijn zaken elke dag. Ik lees mijn vijf kranten, mijn weekbladen. Ik vind dat nuttiger dan aan de dood te denken. Ik weet ook dat het nu dichterbij is, maar ik ga mijn tijd er niet aan verspillen. Die zaken boeien me niet. Wat doen we hier? We doen. Punt. Ik ben een realist. Met twee voeten in het hier en nu. Ik tracht zo lang mogelijk mijn hoofd en lichaam gezond te houden. Mens sana in corpore sano, ook de leuze van Anderlecht. Een gezonde geest in een gezond lichaam. Daar heb ik veel geniet van.”


“Ik hoop dat dementie mij nooit zal overkomen Ik hoop dat ik zo lang mogelijk gezond van geest zal blijven en doe daar alles voor. We zullen wel zien. Ik weet niet of dat zal lukken. En je moet je geen illusies maken. Ge zijt rap vergeten, jong. Godverdoeme. Allez, Raymond Goethals: wie praat nog over hem? Zolang ik leef zal je van me horen, dat is een zaak die zeker is. En daarna zal het rap gedaan. Ik maak me niet de minste illusie.”

Het Nieuwsblad

verschueren

Het einde van een tijdperk bij Anderlecht
Anderlecht gaat voor spits Rode Ster Belgrado
Het duo Wouter Vandenhaute - Paul Gheysens willen Anderlecht overnemen
Dames: Anderlecht haalt verschroeiend uit in clasico
Vanhaezebrouck: "Zowel Dendoncker als Onyekuru moet vechten om erbij te zijn op het WK"
Pieter Gerkens twijfelachtig voor verplaatsing naar Moeskroen
Hein Vanhaezebrouck: "Van drie spitsen heeft 'Teo' meest potentieel om te spelen bij Anderlecht"
Vanhaezebrouck neemt volledige B-kern mee op winterstage
Hamdi Harbaoui: "Ik wil beslissend zijn, zeker met het oog op het WK"
Jong talent Sieben Dewaele krijgt profcontract
Linksachter van Juventus weer in beeld bij paars-wit
Hein Vanhaezebrouck laat spelers marathon lopen
Philippe Clement: "Misschien is Van Holsbeeck al van gedacht veranderd over Thelin"
Gemeente Anderlecht onderzoekt toekomst van voetbalstadion
Overzicht RSCA-Internationals!

Meer nieuws...